NOS Wielrennen

https://nos.nl/

NOS Wielrennen

Krijgt Brentjens na 25 jaar een opvolger? 'Van der Poel is topfavoriet morgen'

2021-07-2514:16

Al minstens vijf jaar kijkt hij uit naar de mountainbikerace in Tokio. Zeges in de Ronde van Vlaanderen, de Amstel Gold Race of in de Tour de France - prachtig, maar het is voor Mathieu van der Poel eigenlijk allemaal ondergeschikt aan olympisch goud.

Net zoals het dat 25 jaar geleden ook was voor Bart Brentjens, de Nederlandse pionier die de weg plaveide voor de huidige generatie.

Het is begin jaren negentig en wielrenner Bart Brentjens ziet voor het eerst in zijn leven een vreemde tweewieler, met een apart stuur en twee dikke banden. Hij is meteen verkocht. In slechts een paar jaar tijd ontwikkelt de Limburger, die op de weg een rol in de marge speelt, een ultiem doel: hij wil de eerste mountainbiker worden die goud pakt op de Olympische Spelen, waar de sport in 1996 voor het eerst op het programma staat.

Dankzij familie en dankzij een intensieve begeleiding van onder anderen zijn zwager Gert Jan Theunisse, slaagt hij daarin. Brentjens wordt in Atlanta de eerste olympisch kampioen mountainbiken.

En nu kan Brentjes een opvolger krijgen in Van der Poel, die maandag om 08.00 uur (Nederlandse tijd) begint aan zijn missie. "Hij is in mijn ogen de favoriet maandag." Brentjens begon zijn carrière ooit op de weg, de ondergrond waar Van der Poel furore in maakt, maar zo goed als Van der Poel nu is, was Brentjens in de jaren negentig niet.

"Op de weg moet je een specialiteit hebben. Je moet goed kunnen klimmen of tijdrijden of sprinten. Maar ik had eigenlijk alles net niet. Als wegrenner finishte ik vaak in het peloton en dat gaf me geen voldoening."

Transformatie

Zijn neef Frans Maassen trainde wel eens met Brentjens en zag de transformatie. "Hij had een bovennatuurlijke aanleg om in het bos te fietsen. Toen de mountainbike uitkwam, was hij daar gelijk erg goed in."

Voor Maassen zelf was de nieuwe tweewieler, een fenomeen dat was komen overwaaien uit de Verenigde Staten, helemaal niets. "Ik had totaal geen kans tegen hem. Het ziet er ook raar uit, hè. Van die dikke wielen."

Gert-Jan Theunisse, bergkoning in de Tour de France van 1989, had er wat meer affiniteit mee. En hij kon, als zwager van Brentjens, de kersverse mountainbiker perfect begeleiden. Hij kon hem vertellen wat er voor nodig was om topsport te bedrijven.

Brentjens: "Ik bleef als training wel wedstrijdjes rijden op de weg, een beetje zoals Mathieu nu doet. En we gingen op hoogtestages, we verbleven in een klimaatkamer. Dat deden we allemaal al toen. We waren onze tijd eigenlijk ver vooruit."

Wereldtitel

De voorsprong die Brentjens opbouwde ten opzichte van de concurrentie leverde hem een wereldtitel op in 1995 en die voorsprong zorgde er ook voor dat hij zich perfect mocht voorbereiden op zijn olympische doel in 1996.

Twee weken van tevoren zat hij al in Atlanta in de Verenigde Staten. Samen met zijn vriendin, zijn schoonzus en Theunisse. Hij deed alles om te wennen aan de omstandigheden daar.

"Ik denk dat Atlanta vergelijkbaar is met de omstandigheden in Tokio nu", zegt Brentjens deze week vanuit Japan. Het is ook in Tokio van belang om op tijd aan het weer te wennen.

Brentjens zat destijds al weken van tevoren in de Verenigde Staten. "Je lichaam moet zich aanpassen aan die warmte. Als je plotseling van 25 graden naar 35 graden gaat, zal het lichaam moeite hebben om de warmte kwijt te raken. Dan kan je prestatie minder zijn dan bij 25 graden. Maar als je dat een paar dagen hebt getraind al, gaat het beter."

Van der Poel arriveerde echter pas donderdag in Japan, drie dagen voor zijn wedstrijd. "Of hij daarmee een risico neemt? Misschien wel. Maar als hij maandag wint, dan niet. Kijk, Mathieu spot met alle wetten en de winnaar heeft altijd gelijk. Als je op zeventig kilometer van de finish demarreert, win je ook niet toch? Maar hij doet dat wel. En hij zal het wel weten."

Brentjens begrijpt de keuze overigens wel. "Hij neemt het zoals het is. Hij heeft dingen tegen elkaar afgewogen. Als je wel eerder hier naartoe gaat, zit je met allemaal maatregelen. Je kunt hier namelijk niet vrij rondbewegen. Dat konden wij destijds wel in Atlanta. Dat vindt hij denk ik allemaal een beetje spannend. Dus hij heeft zijn trainingen thuis gedaan."

"Mathieu is een bijzondere atleet en een bijzondere wielrenner. Hij weet wat hij wil. Dat deed hij in de Tour ook. Hij maakt zich verder niet druk en dat bespaart hem ook weer energie. We zullen het maandag zien."

Rotsentuin

Brentjens, die donderdag al het olympische parcours kon verkennen voor onder anderen zijn pupil Anne Tauber, merkt aan alles dat zijn sport zich enorm heeft ontwikkeld in de afgelopen 25 jaar.

"Het is veel meer een tv-sport geworden. De wedstrijd duurt nu anderhalf uur, of vaak nog korter zelfs. In mijn tijd was dat twee uur en twintig minuten. De klimmen zijn minder lang, er zijn materiaalposten langs het parcours, dus je hoeft zelf niet je band te verwisselen als je lek rijdt én het wordt veel mooier in beeld gebracht. Dat komt ook doordat de parcoursen worden aangelegd. Vroeger reden we gewoon over bestaande bospaden. Maar in Tokio is een hele rotsentuin speciaal aangelegd voor deze wedstrijd."

Ook het gebruik van materiaal heeft een vlucht genomen. Tegenwoordig kunnen renners op een knopje drukken op hun stuur, waarmee ze de zadelpen kunnen verlagen. "Je kunt daardoor je zwaartepunt verlagen, waardoor een steile afdaling minder steil wordt."

De enige die geen gebruik maakt van zo'n 'dropper', zoals het in de MTB-volksmond heet, is Van der Poel. "Maar Mathieu is gruwelijk getalenteerd. Hij zal dat soort fratsen minder nodig hebben. En hij hoeft zich ook niet druk te maken dat hij dat knopje moet gebruiken, dat scheelt ook weer."

Zilveren Van Vleuten komt juichend over finish: 'Ik dacht dat ik 1 was'

2021-07-2508:40

Annemiek van Vleuten kwam juichend over de finish na de olympische wegwedstrijd. Ze pakte zilver achter de Oostenrijkse amateur Anna Kiesenhofer, maar ze dacht dat ze olympisch kampioen werd.

"Ik dacht dat ik 1 was", zei ze direct na de finish. "Ik had het mis. We kregen niks door."

Van Vleuten, die vijf jaar geleden in Rio op weg was naar goud maar hard onderuitging in een afdaling, wist niet dat de Oostenrijkse nog vooruit was.

'Ik ken haar niet'

Anna van der Breggen dacht ook dat goud binnen was voor haar landgenote. Zij kende Kiesenhofer bovendien helemaal niet. "Ik denk dat niemand haar had opgeschreven. Ik ook niet, want ik ken haar helemaal niet. In hoeverre kan je het fout doen, als je iemand niet kent? Het was sowieso heel verwarrend, de finale ook. We dachten dat we het goed deden, we pakten de Poolse en de Israëlische terug en naar ons idee reden we voor de winst."

Van der Breggen zag bij de voorlaatste passage een bord met 1.35 erop. Ze dacht dat dat de achterstand was, die in werkelijkheid nog ruim vier minuten bedroeg. "Volgens onze berekeningen was het toen goed, we zouden dat gaan halen. Maar dat bleek een ander verschil; van de koploopster op de twee die er nog tussen reden."

Van Vleuten: "Normaal hebben we hier borden staan voor de communicatie. Maar de telefoonlijn was kennelijk heel slecht met Loes (Gunnewijk, red.). Zo'n belangrijke koers en dan geen communicatie. We staan hier met z'n allen af te vragen wie er nou heeft gewonnen."

Ze sloeg zichzelf aanvankelijk voor haar hoofd, toen ze hoorde dat het zilver was. "Ik dacht dat ik had gewonnen. Ik voelde me eerst heel stom. Maar toen de andere meiden zich het ook afvroegen... Dit is natuurlijk waardeloos."

Vos: "Die kopgroep pakte natuurlijk een ontzettend grote voorsprong. We wisten dat we vroeg aan de bak moesten. Maar we hebben de kracht van Kiesenhofer onderschat. Ik kende haar wel, van naam."

Ook Vos erkende dat de communicatie te wensen overliet. "Dat was wel lastig. Je moet het doen met informatie van de kant en die probeer je zo goed mogelijk in je op te nemen."

Zilver voor Van Vleuten na blamage Nederlandse vrouwen in wegwedstrijd

2021-07-2508:16

De Nederlandse vrouwen zijn er niet in geslaagd de torenhoge verwachtingen waar te maken in de olympische wegwedstrijd in Tokio. In een matte koers gaf de Oranje-selectie vijf vroege vluchters een grote voorsprong van tien minuten en dat bleek een inschattingsfout. De Oostenrijkse amateur Anna Kiesenhofer profiteerde optimaal en pakte goud.

Zilver was een troostprijs voor Annemiek van Vleuten.

Halverwege de wedstrijd, toen er vooraan nog drie vluchters over waren, liet uittredend kampioene Anna van der Breggen zich afzakken naar de volgwagen van bondscoach Loes Gunnewijk. Het korte overleg resulteerde in het devies: aanvallen, voor het te laat is.

Aangevallen werd er ook, op Douchi Road, de zwaarste klim van de dag. Achtereenvolgens Demi Vollering, Annemiek van Vleuten, Marianne Vos en Van der Breggen zelf probeerden het, maar het was pas met 54 kilometer voor de boeg dat Van Vleuten weg wist te komen.

De 38-jarige favoriete, die bij haar laatste olympische optreden in Rio zwaar ten val kwam, leek op weg naar een mooie stunt. Maar het verschil met vroege vluchtster Kiesenhofer, die ondertussen weg was gereden bij haar medevluchtsters Anna Plichta (Polen) en Omer Shapira (Israël), bleef maar schommelen rond de vijf minuten.

Van Vleuten zakt terug

Van Vleuten beschikte niet over superbenen en zakte terug in het peloton. Er volgden wel demarrages, maar tot een georganiseerde jacht op de vluchters kwam het niet. Daar was het peloton ook niet groot genoeg voor; er stonden slechts 67 rensters aan de start. De toplanden stonden met vier rensters aan het vertrek.

Bij de voorlaatste passage van de finish op het Fuji-circuit, met nog een kleine twintig kilometer te gaan, reed Kiesenhofer nog altijd ruim vier minuten voor het peloton uit. Langzaamaan werd duidelijk dat de strijd om goud verloren was.

Mogelijk werden de plannen van Nederland verstoord door een herhaling van zetten; met nog een kleine zeventig kilometer te gaan, kwakte Van Vleuten tegen het asfalt, net als vijf jaar eerder. Ze kon de Deense Emma Norsgaard niet meer ontwijken en ging onderuit.

Ze hield er ogenschijnlijk niet al te veel kleerscheuren aan over, want nog geen zes kilometer later plaatste ze een demarrage, maar topfit oogde ze niet meer.

In de laatste kilometers van de koers, toen Kiesenhofer al bijna binnen was, deden de vier Oranje-vrouwen er nog alles aan om de andere twee vroege vluchters (Plichta en Shapira) terug te pakken en dat lukte. En met haar laatste krachten slaagde Van Vleuten er vervolgens nog wel in om een demarrage eruit te persen, wat haar de zilveren medaille opleverde. Juichend kwam ze over de finish. Het was een troostprijs voor een mislukt optreden van de Nederlandse selectie.

Ook Jakobsen sprint in Wallonië naar tweede zege in een week, eindzege voor Simmons

2021-07-2415:32

Fabio Jakobsen heeft in de laatste etappe van de Ronde van Wallonië zijn tweede ritzege in een week geboekt.

De sprinter van Deceuninck Quick-Step, die woensdag naar zijn eerste zege sinds zijn zware valpartij in de Ronde van Polen sprintte, is daarmee op gelijke hoogte gekomen met Dylan Groenewegen. Ook Groenewegen, die negen maanden geschorst werd voor zijn aandeel in de akelige valpartij van Jakobsen, won twee etappes in Wallonië.

Simmons pakt eindzege

De eindzege in de vijfdaagse rittenkoers ging naar de 20-jarige Quinn Simmons. De Amerikaan van Trek, die de leiderstrui greep na zijn zege in de derde etappe, pareerde in de slotetappe zelf de meeste aanvallen op zijn koppositie.

Een van die aanvallers was de Belg Tim Wellens. De winnaar van 2018 probeerde Simmons van zich af te schudden op de Rossignol, op zo'n 15 kilometer van de streep. Maar Simmons gaf geen krimp, ook niet op het daaropvolgende kasseienklimmetje.

Tweevoudig ritwinnaar Groenewegen haakte daar af, Jakobsen niet. Hij kwam op twee etappezeges door in de sprint de Duitser Rüdiger Selig en de Belg Milan Menten af te troeven.

Mollema vierde in slopende wegrace, Carapaz bezorgt Ecuador tweede goud ooit

2021-07-2408:32

Geen Wout van Aert of één van de Slovenen, maar Richard Carapaz pakt het goud bij de wegwedstrijd voor de mannen in Tokio. De Ecuadoriaan reed in de afdaling van één van de laatste beklimmingen weg bij een elitegroep, waartoe ook Bauke Mollema behoorde, en kwam alleen aan.

Het zilver was voor topfavoriet Wout van Aert, het brons voor Tourwinnaar Tadej Pogacar. Bauke Mollema greep net naast de medailles in de sprint van het groepje; hij werd vierde.

Het koersverloop was aanvankelijk traditioneel. Een groep van acht renners met exotische namen kreeg een grote voorsprong van bijna twintig minuten, maar op het zware parcours slonk deze zienderogen toen Slovenië (Jan Tratnik) en België (Greg Van Avermaet) tempo gingen maken in het peloton.

Zoals verwacht begon de finale pas op de steile Mikuni Pass, op veertig kilometer van de finish, ook al wilden enkelingen als Remco Evenepoel en Vincenzo Nibali vlak voor die beklimming (6,8 kilometer lang à 10,1 procent) er al vandoor. En ook Wilco Kelderman schoof even mee.

Maar toen de klim eenmaal begon, was het andermaal België dat met Mauri Vansevenant het tempo bepaalde voor Wout van Aert, één van de favorieten. Het zorgde ervoor dat Tom Dumoulin op 38 kilometer van de finish moest passen.

Niet veel later opende Tourwinnaar Tadej Pogacar de finale. Zijn demarrage werd in eerste instantie alleen door Brandon McNulty en Michael Woods beantwoord.

Bauke Mollema behoorde tot de eerste tien achtervolgers, net als Van Aert, Richard Carapaz, Rigoberto Uran, Alberto Bettiol, Michal Kwiatkowski, Maximilian Schachmann, Jakob Fuglsang, David Gaudu en Adam Yates.

Derde medaille Ecuador

De vlucht van Pogacar werd tenietgedaan, waarop Carapaz een goed moment uitkoos met de Amerikaan Brandon McNulty. De twee sloegen een beslissend gat en in de laatste kilometers op het Fuji-circuit, waarop de weg nog venijnig oploopt, liet Carapaz McNulty achter zich.

De Amerikaan werd nog ingerekend door de achtervolgers, maar Carapaz bleef uit de greep en bezorgde zijn land de derde olympische medaille ooit. In 1996 en 2008 bezorgde Jefferson Pérez Ecuador respectievelijk goud en zilver.

Dylan van Baarle was de tweede Nederlander; hij kwam als vijftiende over de finish.

Bekijk hieronder de reacties van Bauke Mollema, Dylan van Baarle en Tom Dumoulin na afloop van de wegwedstrijd:

Van teleurstelling was geen sprake bij Mollema. "Pogacar drukte me een beetje weg in de sprint, hij zat al in het wiel van Van Aert. Ja, die mannen zijn te snel voor mij. Topvijf is goed."

Mollema was de kopman van de Nederlandse equipe en had van de olympische wegrace een hoofddoel gemaakt. "Ik zat er goed bij. Ik had niet veel over. Ik heb niets verkeerd gedaan, de mannen die voor mij zitten hebben verdiend de medailles gepakt", verwijst hij naar Van Aert en Pogacar.

"Het weer en die vochtigheid... Dat maakt het ontzettend zwaar. Halverwege merk je al dat je het warm hebt en dan moet je nog honderd kilometer."

<
1